DE PRINSES MET HET GOUDEN HART
Er was eens een prinses die altijd wilde helpen. Ze deed de afwas in de keuken, ze veegde de vloer in de troonzaal en ze poetste al het goud en zilver dat in haar kast stond. Ze hielp de kok, de keukenmeid, de tuinman en de koetsier.
Iedereen hield van haar.
‘Geen wonder,’ zei de koning trots. ‘Mijn dochter heeft een gouden hart.’
Dat kon ook iedereen zien.
De prinsen stonden in de rij om met haar te trouwen, maar de koning vond geen enkele prins goed genoeg. Hij keek naar ze, schudde zijn hoofd en stuurde ze weg voor ze hun mond konden open doen.
Tot er op een dag een prins uit een heel ver, heel klein landje zijn opwachting maakte. Hij had rood haar, een haakneus en hij was een hoofd kleiner dan de prinses.
‘Scheer je weg,’ zei de koning. ‘En onmiddellijk.’
De prins keek zo zielig, dat de prinses meteen verliefd op hem werd. Zo verliefd, dat ze met hem wilde trouwen.
Ze kreeg haar zin en een paar maanden later was er een bruiloftsfeest dat drie dagen duurde. De koning gaf hen een wit paleis met een grote tuin. Ze kregen een koets met zes paarden en wel honderd hofdames en lakeien.
Maar gelukkig werden ze niet.
De prins kon niet uitstaan dat de mensen meer van haar hielden dan van hem en hij besloot haar gouden hart te verkopen. Hij kreeg er veel geld voor. Zoveel geld had hij nog nooit bezeten.
Thuis wachtte hem een verrassing.
De prinses stond op het bordes van het paleis.
Ze was onherkenbaar.
Van het lieve volgzame prinsesje was niets over.
‘Waarom ben je zo laat?’ schreeuwde ze.
Daarna rende ze naar de keuken, schold de kok uit en sloeg de keukenmeid met de koekenpan op haar hoofd. Omdat de soep te laat was, begon ze met de borden te gooien en toen de prins haar wilde knuffelen, beet ze in zijn vinger.
Vanaf die dag was ze altijd boos.
Ze zag er op toe dat er hard gewerkt werd. Wie lachte kreeg straf, wie huilde een schop.
‘De prinses heeft geen hart meer,’ zeiden de lakeien en de hofdames tegen elkaar.
Ten slotte gingen ze naar de prins en smeekten hem om het gouden hart van de prinses terug te kopen, maar het was niet meer te koop.
En zo leefden ze nog heel lang en heel ongelukkig.
Terug